Ruimere normen voor een hypotheek voor tweeverdieners

Het Nibud heeft begin deze week het adviesrapport Financieringslastnormen aangeboden aan de Tweede Kamer. Hieruit blijkt dat huishoudens in 2016 gemiddeld ongeveer dezelfde financiële ruimte hebben voor hypotheeklasten. De hypotheeknormen worden dus niet, zoals eerdere jaren wel het geval was, verder aangescherpt. Tweeverdieners kunnen in 2016 gemiddeld een hogere hypotheek krijgen. Deze cijfers zijn nog niet definitief, het is een advies van het Nibud.

Tweeverdieners kunnen in 2016 volgens het Nibud tot wel 22.000 euro meer aan hypotheek krijgen. Voor alleenstaanden en gezinnen waar één inkomen binnenkomt betekent de nieuwe leennorm per 2016 wel een verlaging van de maximale hypotheek. Zij kunnen duizenden euro’s minder lenen, vergeleken met de huidige leennormen. Ook zijn tweeverdieners niet in alle gevallen gunstiger uit. Verruiming van de leenmogelijkheden krijgen vooral tweeverdieners met beide een ruim inkomen.

Het tweede inkomen telt voor een groter deel mee

Het advies van het Nibud is om het laagste inkomen voor de helft mee te nemen bij het bepalen van de maximale hypotheek. Nu wordt het tweede inkomen voor een derde meegenomen. Doordat tweeverdieners door fiscale wijzigingen steeds meer netto overhouden, gaat het tweede inkomen in de toekomst voor een groter deel meetellen bij het bepalen van de maximale hypotheekverstrekking.

Wilt u weten hoeveel u volgend jaar meer of juist minder kunt lenen? Raadpleeg de inkomenstabel van het Nibud. Aan de hand van de percentages aan de rechterkant van de tabel kunt u zien in hoeverre u meer of juist minder kunt lenen in 2016.

Hoe wordt de maximale hypotheek berekend voor tweeverdieners?

De maximaal te verstrekken hypotheek wordt berekend aan de hand van financieringslastpercentages. Dit is een percentage van het inkomen dat maximaal gebruikt kan worden om de hypotheeklasten te dragen.

Een voorbeeld ter verduidelijking.

Een gezin met twee inkomens wil een huis kopen. Partner A verdient 35.000 euro en partner B verdient 20.000 euro per jaar. Het financieringslastpercentage is afhankelijk van het gezamenlijke inkomen. In het geval het tweede inkomen voor de helft kan meetellen, is het gezamenlijke bedrag dat gebruikt kan worden voor de berekening: 35.000 euro + 10.000 euro (20.000 euro / 2) = 45.000 euro. Aan de hand van dit bedrag en het rentepercentage kan het financieringslastpercentage worden afgelezen uit een tabel opgesteld door het Nibud.

In dit voorbeeld nemen we een financieringslastpercentage van 21,5 procent. De berekening om de maximale hypotheeklasten te bepalen is als volgt: 21,5 procent van 55.000 euro = 11.825 euro. Bij deze berekening moet er dus wel weer worden uitgegaan van het werkelijke inkomen. Banken berekenen vervolgens welk hypotheek maximaal verstrekt kan worden op basis van deze jaarlasten.